Tijdens een dood momentje besluit ik mezelf te registreren als donor.
Laatst stelde iemand mij de vraag of ik "ook donor was". Ik schaamde me een beetje voor mijn antwoord: Nee eigenlijk niet.
Het is niet dat ik er nooit over heb nagedacht: ik vond het alleen zo'n naar idee. Kijk, dat iemand de kans heeft om nog 40 jaar te leven met een tweedehands niertje is natuurlijk prachtig, maar worden mijn ingewanden dan ook automatisch gebruikt door medische studenten? In gedachten zag ik bebrilde doktertjes in spé al lachend overgooien met mijn nog licht kloppende hart. Hmmmm...
Toch werd ik aan het denken gezet: was het niet een beetje asociaal dat ik al mijn organen angstvallig voor mezelf wilde houden, ookal heb ik er straks zelf niks meer aan?
Ik log in op
www.donorregister.nl en bekijk de keuzemogelijkheden. Ik kan ervoor kiezen om donor te worden, om het niet te worden, om mijn nabestaanden te laten kiezen, of om één specifiek persoon op het moment suprème het beslissende woord te geven.
Dat lijkt me geen goed plan. Weer duikt er een angstbeeld op, dit keer van mijn huilende moeder op het moment dat mijn vader onverbiddelijk zegt dat ze me open mogen snijden.
Misschien beter de eer aan mezelf houden.
"Ja", vink ik aan, jullie mogen me recyclen.
Opgelucht haal ik adem, de kogel is door de kerk. Tot mijn verbazing verschijnt er nog een scherm. Zijn er bepaalde ingewanden die ik liever voor mezelf wil houden? Dan mag ik dat aangeven. Ik kijk naar het op alfabetische volgorde gerangschikte lijstje:
* Alvleesklier
* bloedvaten
* Botweefsel, kraakbeen, en pezen
* darmen
* hart
* hartkleppen
* hoornvliezen
* huid
* lever
* longen
* nieren
Zou ik hier nog keuzes aan toe mogen voegen? Bijvoorbeeld mijn ogen? Het lijkt me wel raar als ik met twee holle gaten in de kist lig straks.
Ach, spreek ik mezelf toe; niet zeuren. Je bent donor of je bent het niet. En laat de vakjes open, opdat ze optimaal gebruik van me kunnen maken.
God hebbe mijn ziel, de rest mag in bruikleen.